Hoop

Vorige week waren mijn oudste dochter en haar teamgenoten getuige van een heftige gebeurtenis. En hoewel ik er zelf niet bij was, laat het me niet los. Hoe anders had dit kunnen aflopen. Als toevallig het 4e zaterdagteam niet had gespeeld. En als de keeper van dat team geen arts was geweest. Of als hij niet was gaan kijken bij de commotie. Kortom, als, als, als.

Maar gelukkig speelde het team wel. En gelukkig was de keeper arts. En gelukkig ging hij kijken. Herkende hij wat er aan de hand was. En kon hij reanimeren. Was er een AED. En omstanders die het apparaat erbij haalde. Belde iemand 112. En waren de hulpdiensten snel ter plaatse. En gelukkig leeft deze jongen nog dankzij het professioneel handelen van al die mensen.

Maar het zet me wel aan het denken. Want los van het feit dat het verschrikkelijk en onvoorstelbaar is dat een jongen in dezelfde leeftijd van mijn dochter dit overkomt. Hoe zou ik hebben gehandeld als ik erbij was geweest? Zou ik zo kordaat zijn geweest om te starten met een hartmassage? En anderen hebben opgedragen de AED te halen? Natuurlijk zou ik heel graag ‘ja’ antwoorden. Maar iedereen reageert anders in noodsituaties. Vluchten, vechten of verstijven. Waren dat niet de drie opties om te overleven in de oertijd?

Ik zou het in ieder geval wel moeten kunnen. Want vorig jaar heb ik, eigenlijk bij toeval, een reanimatiecursus gevolgd. Maar ja, dat is één avondje van een paar uur. Zou ik daarmee de kennis in huis hebben om een leven te redden? En hoe heftig om dat bij een kind te moeten doen! Aan de andere kant, één cursus is natuurlijk beter dan geen. Dus laat ik hopen dat op het moment dat het nodig is, alles weer boven komt drijven.

En dat brengt mij gelijk bij de volgende vraag. Want weet ik eigenlijk waar de AED op onze club zich bevindt? Kijk ik sowieso als ik een gebouw binnenloop waar er eentje hangt? Eerlijk is eerlijk, het antwoord is ‘nee’. Want laten we wel wezen. Hoe groot is de kans dat je er eentje nodig hebt? Juist. Heel klein. Maar het zal maar net jouw kind zijn. Of jouw vader of moeder. Of jouw man, vrouw of beste vriend. Of jouw buurman, collega of wie dan ook. Dan hoop je toch dat er iemand is die weet waar de AED hangt en hoe hij deze moet gebruiken.

Kortom, zodra de opfriscursus voor reanimatie weer start, ben ik van de partij. En dan hoop ik oprecht dat ik deze nooit, nooit, nooit, nodig heb. Maar wat ik nog meer hoop, is dat de moeder en vader van deze jongen er vorige week niet bij waren. Dat zij niet hebben hoeven zien hoe hun zoon de wedstrijd van zijn leven speelde. Om zijn leven. Hoe iedereen vocht voor alles wat zij lief hebben. En dat deze jongen er weer helemaal bovenop komt. Zodat hij over een paar maanden wellicht weer zijn geliefde spelletje kan spelen. Ik hoop het.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

UA-74423621-1