Langs de lijn

Inmiddels kom ik al zo’n jaar of zeven op het voetbalveld. Mijn twee dochters spelen bijna elke week een wedstrijd en jaarlijks enkele toernooien. Bovendien hebben ze al ettelijke selectietrainingen achter de rug – om nog maar te zwijgen van alle voetbalkampen en clinics. Ik denk dus dat ik niet overdrijf als ik zeg dat ik ruim duizend keer langs de lijn heb gestaan. En in die tijd heb ik dan ook heel wat publiek voorbij zien komen.

En hoewel het natuurlijk wat gechargeerd is, kom ik toch regelmatig bepaalde groepen mensen tegen. Wat dacht je bijvoorbeeld van de coach. Je kent ze vast wel. Het type dat voortdurend allerlei aanwijzingen geeft. Uiteraard met name aan de eigen kroost. Goed bedoeld, maar ja, misschien heeft de echte coach wel een heel ander plan. Ik zie ze vooral bij selectietrainingen. En dan vooral heel hard juichen als de eigen kiddo heeft gescoord. Alsof het niet ook om overspelen, balaanname, techniek, inzicht of wat dan ook gaat.

Soms draaien ze hier te ver in door. Dat is dan de groep die ik voor het gemak maar even de fanatici noem. Je weet wel. Degenen – vaak vaders (sorry) – die denken dat het echt ergens over gaat in het amateurvoetbal. Dat de kids een soort van Champions League spelen. De scheids neemt uiteraard allerlei verkeerde beslissingen en ook het grut op het veld krijgt bakken commentaar over zich heen. Ik ga zelf meestal een eindje verderop staan als ik naast zo iemand sta.

Daartegenover staat dan weer de beginner. Dit is eigenlijke de leuke groep. Tenminste, dat vind ik dan hè. Maar misschien komt dat omdat het in het algemeen de goed bedoelende moeders zijn. In ieder geval staan ze vaak mee te roepen. Zonder eigenlijk echt verstand van het spelletje te hebben.

En dan heb je nog de analyticus die ongeveer elke beweging analyseert. Als geen ander weet wie, waar moet staan. Beslissingen van de coach niet begrijpt. Zich afvraagt waarom hij kind A nu weer wisselt voor B. Of waarom kind C op een bepaalde positie staat in plaats van kind D.

Last but not least hebben we natuurlijk ook nog de prof. Of eigenlijk de net niet prof. Deze persoon kon vroeger zelf leuk een balletje trappen. Maar heeft het net niet tot het topniveau geschopt. En nu heeft hij alle hoop gevestigd op zijn kleine spruit. Want die hoort natuurlijk in Oranje thuis.

Maar ja, leuk al die groepen. Maar wat zegt dat over mij? Tot welke categorie behoor ik? Dus toen ik gisterochtend voor de duizend-en-eenste keer langs de lijn stond, dacht ik daarover na. Natuurlijk moedig ik mijn kind wel eens aan. En geef ik soms goed bedoeld advies. En ook ik heb wel eens vraagtekens bij beslissingen van een scheids of coach. Maar tegelijkertijd heb ik er natuurlijk de ballen verstand van.

Gisteren stond ik dus vooral langs de kant te kletsen met mijn lotgenoten. De mede-ouders. Vaders en moeders die net als ik op zaterdag voor dag en dauw op moesten. Om vervolgens blauwbekkend toe te kijken hoe onze oogappeltjes zich de noppen uit het lijf liepen. En toen er ook nog een hoosbui over ons heen kwam, verlangde ik vooral hevig naar een kop warme choco en een open haard. Duidelijk gevalletje uit de categorie de klos dus.

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

UA-74423621-1