Topsport (2)

Pas geleden zag ik de 2Doc ‘Turn!’ waarin regisseur Pardijs haar 9-jarige zoontje volgt die is toegelaten in de turnselectie. Haar zoontje traint dan 15 uur per week. Topsport pur sang. Ook voor de ouders.

In de documentaire vraagt Pardijs zich af of je als ouder gezichtsverlies lijdt als je kind er op dit niveau mee zou stoppen. Of je dan een loser bent. En ik snap ergens wel wat ze bedoelt. Niet dat ik het gevoel heb dat ik mislukt ben nu dochterlief uit de KNVB selectie ligt. Integendeel. Maar je valt ook als ouder wel even in een zwart gat.

Jaren lang heb je voor je kind alles gedaan. Van hot naar her gereden. Gezien welke moeilijke keuzes ze heeft moeten maken. Dingen moest laten. En moest doen. Haar bijgestaan als het even niet ging. Haar bewondert om haar gedrevenheid. Trots langs de zijlijn gestaan. Alle ballen voor haar en de rest van het gezin in de lucht gehouden. En alles gedaan om haar droom te faciliteren.

En dan is het ineens klaar. Op een manier die ook nog eens heel onrechtvaardig voelt. Word je van de één op de andere dag geconfronteerd met de harde wereld die topsport heet. Een wereld die tot dan toe bijna vanzelfsprekend was. Onderdeel van je dagelijkse routine. En waartoe je dochter ineens niet meer behoort. En dat is afkicken. Want zij is ineens geen topsporter meer. En ik geen topsportmoeder. Een eerlijk is eerlijk, dat is een status die niet alleen voor haar best even wennen was.

Maar wanneer ben je eigenlijk een topsporter? Als je je sport op hoog niveau beoefent? Als de nadruk op presteren ligt in plaats van op plezier? En waar ligt die scheidslijn dan? Ik bedoel, ze traint nog net zoveel als hiervoor. Speelt nog steeds tussen de jongens van haar leeftijd. En dat op 3e divisie niveau. Maakt nog steeds keuzes in het belang van haar sport. Doet extra trainingen om nog meer uit haar looptechniek te halen. Gaat vroeger naar bed als ze de volgende ochtend een wedstrijd heeft. Het enige verschil is dat ze niet meer bij de KNVB speelt. En dus minder reist. Geen uren meer van school hoeft vrij te vragen. En ook geen LOOT-status meer heeft. Op papier is ze topsporter af. In de praktijk weet ik dat zo net nog niet.

En dat geldt ook voor ons als ouders. Want wij rijden haar nog steeds drie keer per week naar haar trainingen. 40 minuten op en neer. Zowel om te brengen. Als te halen. Zodat zij op haar niveau kan blijven spelen. Want zolang zij haar Oranjedroom heeft, zullen wij die faciliteren. Ook al weet ik nu even niet hoe de route hier naar toe eruit gaat zien. Dus als iemand een idee heeft…

Het zoontje van Pardijs besluit er uiteindelijk zelf mee te stoppen. Ook zij is geen topsportmoeder meer. Maar, zo besluit ze haar documentaire, ben je als verliezer niet eigenlijk ook een winnaar?

Ik hoop uit de grond van mijn hart dat dit ook voor oudste dochter op gaat. Dat nu deze deur gesloten is, er een andere voor haar open gaat. En dat dit allemaal mooie nieuwe kansen biedt. We gaan het zien. En hopelijk voor haar ook meemaken. Als ze dat dan nog wil natuurlijk. Want tja, niets zo veranderlijk als een puber hè.

Maar wat er ook gebeurt, één ding hoop ik nog meer dan dat. Namelijk dat ze later nooit aan deze periode terugdenkt met spijt. Dat ze nooit het gevoel zal hebben van ‘had ik maar’. En dat ze, als de scherpe kantjes van deze tegenslag eraf zijn, terugkijkt op een aantal waardevolle en leerzame jaren. En op een periode waar ze met recht heel erg trots op mag zijn.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

2 comments
UA-74423621-1